Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de voorschriften eener bepaalde Godsdienst; liet Evangelie (waarmede de Grondwet in overeenstemming behoort te zijn ') de erkende grondslag der handelingen van het Gouvernement" -) wezen. De Godsdienst noemde hij „de grondslag van het Nederlandsche volkswezen, en in het algemeen van volksgeluk";3) „zonder godsdienst, geen begrip van gezag, of regt, of wijsheid, of pligt. zoodat geen regeering mogelijk is." ')

Wat moest in dit verband door Godsdienst, door Christendom worden verstaan'? „Onvoorwaardelijke onderwerping aan Gods woord, gelijk het in de H. Schrift is vervat, en aan dat Woord alleen."5) „Doch wat is het, dat in den Bijbel verkondigd en voorgeschreven wordt?" Op deze vraag gaf Groen ten antwoord „zich te vereenigen met de leer der Gereformeerde Kerk, gelijk die in haar Formulieren en Geloofsbelijdenis .... uitgedrukt is." ") Hij beweerde, „. . . . dat de Heilige Schrift de grondslagen van regt en zedelijkheid, van gezag en vrijheid, ook voor Natiën en Regeringen aanwijst." 7)

Met enkele voorbeelden duidde Groen aan wat hij onder „toepassing van het Christelijk beginsel" s) verstond. Het

') Proeve ovek de middelen, enz., bl. 92.

Ned. Ged. 1ste serie, II, bl. 130. n) * * r v UI, bl. 5. ') „ III. bl. 129.

') „ III, bl. 33.

") „ „ „ III, bl. 34.

') Ongeloof en Revolutie, 2e druk, 18&S, bl. 19.

") Adv. in de dubbele Kamer, bl. 143, en noot 1. — Zie voor het slot dezer alinea ook bl. 220 hierna.

Sluiten