Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met ingenomenheid vermeldde hij hetgeen de Tijd van 15 September 1872 over Frankrijk schreef, dat zij achtte te belmoren tot de Katholieke natiën. Zij die dit over het hoofd zagen miskenden daardoor het katholiek karakter der Fransche natie. Eveneens was het mutatis mutandis met Pruissen dat tot de protestantsche natiën mag en wil gerekend worden. Met deze gedachte op Nederland overgebracht verklaarde Groen zich homogeen.

De voorrang, die hij begeerde bestond dus niet in het aanprijzen van de Hervormde Kerk als Staatskerk of van hare leer als godsdienst van den Staat, maar hij wilde slechts dit zeggen, dat de Staat, door zich christelijk en protestant te noemen, niet te kort kwam tegenover de andere gezindheden, integendeel, juist zóó de beste waarborg voor aller bescherming kon geven.

Geen voorrang evenwel, voor welke Gezindheid ook, werd nu meer als eerste eisch gesteld, maar wel werd gelijkheid voor allen, en, in plaats van een voorrecht, waarvan geen sprake meer was, recht verlangd. ') Hij bleef den Staat herinneren, dat hij tot eerbiediging van het publiek recht der Gezindheden, waaruit de natie bestaat, verplicht is; „dat wij in Nederland nog niet leven in eenen Staat met kerkgenootschappen, departementen van algemeen bestuur, organen van de publieke dienst, aan de willekeur van het Ministerie of van de wetgevende magt ondergeschikt." -') De Kerk worde beschermd door

') Grondwetherz. en Eensgezindh., bl. 392. !) De Nederlander no. 8Ü5, een citaat uit het Maandschrift voor de Nederl. Herv. Kerk, Ernst en Vrede.

Sluiten