Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning alleen, evenzeer als de wetgever, onbevoegd. Elke inmenging van de wereldlijke Overheid was in strijd niet de autonomie, welke aan de Kerk van Christus, waarvan de Hervormde Kerk eene afdeeling was. toekwam. Een Koninklijk Besluit mocht daarom evenmin als eene wet, welke inrichting ook. aan de Kerk opleggen.

Niet alleen tegen hetgeen in 18l(> met betrekking tot die Kerk was geschied opperde hij zijne bedenkingen, maar voortdurend protesteerde hij tegen de onophoudelijke interventie van het Gouvernement in de aangelegenheden der Kerk en tegen de „gedurige en regtstreeksche hemoeijing" welke voor het grondwettig toezicht, dat nimmer door hem was afgekeurd, -') was iu de plaats getreden. Zijn geheele leven, in en buiten de 1 weede Kamer, streed hij voor de vrijmaking van de Hervormde Kel k, en begeerde hij verbreking van het gouvernementale dwangjuk. „Geen losscheuring, maar wel, ten Ihihji 11 leste, losmaking der boeijen. waaraan de Uerefor meertle lerk(irnieenscli(ii> door een anti-ijerefonneerde or<i<tn isatie gelegd is." 8)

Daar het buiten het bestek van dit proefschrift zou vallen om ook maar eene schets te geven van „de organisatie of onderwerping der Hervormde Kerk ') in 181(> en van de geschiedenis dier organisatie in de volgende

'l De Maatregelen tegen i>f. Afgescheidenen enz., bl. 15.

') Bijdrage tot Herz. der Grondw. enz., 1)1. 87. „Willen wij <lan elke Kelk van alle toezigt ontheffen? Integendeel." Zie ook : Handb. der Gesch., 1)1. 92 en 1512.

'| Ned. Ged. I. (1M>9) bl. 134.

'I Bijdrage tot Herz. der Grondw. enz., bl. 54.

Sluiten