Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen georganiseerd, maar ook gecentraliseerd en „ijrn/iininistrperd." „Zij is een deel der Staatsmachine geworden, een Departement van Algemeen Bestuur. Er is een Ministerie van Eeredienst ingesteld, geheel 111 den geest van het stelsel van Administratie dat wij van de Fransche revolutie, in haar liberaal-despotieke ontwikkeling, hadden geërfd. Er is, naar de meening van het Bestuur, eene Kerk in den Staat, een soort van Kerkstaat gevormd, waarin de leeraars bijna als ambtenaren, do ledematen, ook als zoodanig, bijna als onderdanen worden beschouwd; waarin de Koning, die als lidmaat deiGereformeerde Kerk, geene regten, dan die van ieder lidmaat bezit, bijna als Hegent en Opperhoofd aangemerkt werd" ').

Ten gevolge hiervan meende het Gouvernement zich met alles, wat de Kerk betrof, te mogen inlaten. Zoo werd b.v. „de benoeming van Hoogleeraren in de Theologie (hoewel men het in de gelijkelijk beschermde Roomsch-Catholijke Kerk niet ligt zou hebben beproefd) geheel en regtstreeks.... gedaan door een Gouvernement, hetwelk als zoodanig vreemd aan alle geloofsbegrippen is" 2). rVan daar dat het wereldlijk gezag

') De Maatregelen enz., bl. 15; zie ook terug bl. 69, laatste alinea.

'■') Volgens de vrijzinnige opvatting van de scheiding van Kerk en Staat stonden de Kerk en de Staat voortaan geheel los naast elkander, en was de laatste derhalve aan geen kerkelijke of godsdienstige wetten meer gebonden. Gr. gebruikt dus de uitdrukking „een Gouvernement..., vreemd aan alle geloofsbegrippen" (Zie ongeveer hetzelfde Verspr. Gesohr. II, bl. (12, hierboven gecit. bl. (59 terwijl hij zich voor een oogenblik met dien gedachtengang

Sluiten