Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen, voor eene zeer vreemde en in het geheel niet navolgingswaardige aanmatiging hield." ')

Niet alleen in 181(>, maar ook nog dikwijls daarna trok de Staat de regeling en de beslissing van vele zaken deiGereformeerde Kerk aan zich, en onvermoeid „van het oogenblik af, dat zij aan banden gelegd werd" drong Groen op hare vrijmaking aan. Bij iedere quaestie, die zich niet de Kerk voordeed, bij elke regeling of verandering der kerkelijke wetten en reglementen, door de Synode beproefd of ondernomen, kwam het uit, hoe noodlottig de organisatie werkte, en dit geschiedde vooral, naarmate liet kerkelijk bewustzijn langzamerhand weer ging ontwaken en de getrouwe leden der Gereformeerde Gezindheid hoe langer hoe meer tot het besef kwamen van het onrecht, dat aan hunne Kerk was gedaan. Heeds bij de afscheiding in 1834 ') kwam het uit, dat in de organisatie van 181(5 de oorzaak lag, dat velen hunne Kerk vaarwel zeiden.

Hetgeen waartegen Groen voortdurend had te strijden, was het feit, dat de Regeering bij elke gelegenheid, dat zij niet de Hervormde Kerk in aanraking kwam, partij koos niet voor de belijders harer eeuwenoude geloofsleer, maar voor die partij in het kerkgenootschap, die met behulp van en onder de Synode daarin tot macht was gekomen. Dit kwam alleen daardoor, dat de Regeering aan de door haar ingestelde Synode, („eene soort van Permanente com-

') De Maatregelen enz., bl. 25—26.

'") Ned. Ged. I, 1)1. 134.

') Zie het daarover handelend hoofdstuk.

Sluiten