Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen. „Niet om te oordeelen over (le leer; wel om, l»ij hooggaanden twist, te bepalen, dat in eene Kerk, zij die de handhaving wenschen der leer van die Kerk, al mogten zij de minderheid hebben, niet in het ongelijk zijn." >)

Was er n<eene wettige vertegenwoordiging van tic Kerk geweest, aan wie de Afgescheidenen hunnen nood hadden kunnen klagen, zij hadden zich niet tot de Kegeering gewend. En waren er dan in eene trettiijr Synode leden gekomen met de beschuldiging tegen anderen, dat zij zich niet aan de leer hielden, dan had zulk eene Synode in naam der Kerk eene voor allen bindende uitspraak gedaan. Zeer wel mogelijk, ja, te verwachten was het, dat er dan ook eene minderheid zou zijn, volgens wier gevoelen verkeerd was beslist en die meende, dat zij juist bij de leer was gebleven, doch het spreekt van zelf, dat in zulk een geval van geen tusschenkomst der Regeering sprake zou mogen zijn.

Toen het aldus bleek, dat van het Staats- noch van het Kerkbestuur verbetering in den toestand was te wachten, zag men weldra, dat op enkele plaatsen „bij gebrek aan getrouwe Evangelie-verkondiging en onvermogen om regt te verkrijgen, vele afzonderlijke bijeenkomsten tot Bijbellezing en gebed" 2) werden gehouden. Tevergeefs toch was er beroep gedaan ..op het regt der Gemeente om Godsdienstoefening te houden naar het Kerkgeloof, niet naar alle wind van leering, dezen of

'I I)e Maatreoei.en enz., lil. 34.

-) Haxdb. der Gesch., bi. 873.

Sluiten