Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len Viiii vervolging te noemen, hebben wij nog op iets anders te wijzen.

Groen's Ongeloof ex Revolutie was o.a. beoordeeld door Prof. Mr. i>ex Tex in een opstel over „revolutionair en anti-revolutionair Staatsrecht", door hem geplaatst in de Xeflerlamlxclte Jaarboeken roor Reclt fsgeleerdheiil en Wetgeving 1). Een zijner bezwaren tegen Groen was dat hij niet Gereformeerd was, maar Arminiaan „omdat ik (aldus schrijft Groen in zijn repliek -) de tusschenkomst der Overheid ter beslissing van leerstellige geschillen verlang; . . . ."

Hij. die de aanvrage der Arminianen aan de Overheid afkeurde, ontkende niet, een droevigfig uur te maken, zoo het thans tot hem gerichte verwijt gegrond was. Uit laatste nu gaf hij niet toe. „In overeenstemming met hetgeen ten allen tijde algemeen erkend werd", had hij „herinnerd aan den aard en het wezen eener Kerk. Haar kenmerk, zeide ik, is de leer die zij belijdt. Deze leer of belijdenis, in haar leven door kerkelijk schrift en werkzaamheid openbaar, bepaalt regt en pligt, in verhouding ook tot den Staat. Als elke Corporatie, moet de Kerk bij het regt, dat zij uit haar eigenaardigheid ontleent, worden beschermd. De Overheid, onbevoegd over de waardij der leer te beslissen, is verpligt tegen onregt en geweld ondersteuning te verleenen, ten behoeve der partij die aan de leer getrouw is." :1)

') Deel XI, 1*4:5; Xederl. Juurboekeii enz., onder redactie van Mr. C. A. den Tex en Mr. .F. van Hall.

') (iRONDWF.therz. KN KeNSGEZINIIH., 1)1. t<»t.

I „ „ bi. tor..

Sluiten