Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gehouden was liet hein „onmogelijk geweest de inlegeringen, ter bestraffing en /.onder schadeloosstelling, met Art. 212 der Grondwet in overeenstemming te brengen." ') Onder degenen, die opkwamen tegen Groen's verdediging der Afgescheidenen, of meer nog: tegen zijne scherpe afkeuring van de maatregelen door het Gouvernement tegen hen genomen, moeten genoemd worden Thorbecke en Mr. A. W. van Appei/tere, referendaris bij het Departement van .lustitie. '-) De laatste schreef een boekje, getiteld: Het Staatsreijt in \ederlatnl, vooral met betrekkind tol de Kerk. eu de Handel inyen der lieyeriny ten o/tziyte der Afyesclieidenen nader toet/elielit. Het verscheen in 1837. Thorbecke bestreed Groen in het/elfde jaar in eene serie artikelen in het blad Ie Journal de la Hatje. ■) Hun beider opmerkingen, o.m. over de inkwartieringen, welke zij verdedigden, werden door (Jroen beantwoord, eveneens in Ie Journal.

Drie artikelen had Thorbecke geschreven ter weer-

') Dk Maatregelen enz., bl. 51.

-') Groen noemt ook nog Vekspr. Gerchr., II, 1>1. 70, noot) eene brochure van Mr. Fretr, liil van de Tweede Kamer der Staten-Gencraal, De betrekkind van den Staat tot de Godsdienst volgens de Grond u-et.

:,| Zie bl. c>:i e.v.. in hfst. III De Organisatie van de Herv. Kerk, voornl. bl, 64 noot 2. Een résumé van drie dier artikelen geeft Mr. S. v. Houten in De Staatsleer van Mr. J. B. Thorbecke. Groningen 1872, bl. 51. Deze vermeldt, dat in 18-H5 Tn.'s oordeel blijkt gewijzigd te zijn (bl. 52). In de Gids van dat jaar erkent li ij dat „de kerk bestaat ook zonder als regtsligchaam geformeerd en erkend te zijn." (p. 533). Op de volgende bladzijden herroept bij feitelijk alles, waarmede bij in 1837 de bevoegdheid van den Souverein tot organisatie der Herv. Kerk, in den grond der zaak: aanleiding tot de afscheiding, had verdedigd.

Sluiten