Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet lang bleven de Afgescheidenen getrouw aan het eerst met zooveel standvastigheid ingenomen standpunt. Langzamerhand begonnen enkele gemeenten „erkenning te vragen op de door Z. M. gestelde voorwaarden." De Gemeente te Utrecht gaf het voorbeeld; /.ij verkreeg de gevraagde erkenning den Uden Februari 1839. ') Door aldus te handelen werd „de grondgedachte van Groen's pleidooi met eigen hand verworpen: „De Afgescheidenen zijn geene nieuwe secte; zij zijn leden der Gereformeerde Gezindheid." " -')

Het spreekt vanzelf, dat Groen zijne diepe droefheid over dit toegeven zijner vervolgde geloofsgenooten niet verborg. „Zij hebben de vrijheid van Godsdienstoefening jaren achtereen beschouwd, niet als gunst, maar als reyt... Geloovige lidmaten van de Kerk, om de handhaving van de kerkleer door haar verloochenaars mishandeld en verguisd, mogten zij geen afstand doen van een regt welks behoud voor de geheele Kerk van belang was; mogten zij het bestaan ot de openbaarwording hunner Gemeenten niet afhankelijk maken van het goedvinden der Overheid;.... Om deze redenen van onmiskenbare billijkheid, hebben zij het vragen van autorisatie geweigerd. Daarna evenwel hebben zij die gevraagd."

Hij wil lum hierover niet hard vallen, noch hen berispen,

') Deze mededeeliiiK ontleend aan Dr. Vos op. cit. bl. 159. Zie ook aldaar de voornaamste bepalingen van de Statuten der l'trechtsche Gemeente, welke „gevolgd (zijn) door de meeste van de Gemeenten, die vervolgens erkend werden."

Dr. Vos op. cit. bl. 109; /.ie terug bl. 142, 2e alinea.

Sluiten