Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ondenkbaar tegenover .... eene factie, die de wereldlijke en geestelijke opperheerschappij van Home verlangt,"') ni.a.w. tegenover de steeds veld winnende ultramontaausche richting.

Wat was dat voor richting? Waren hare voorstanders niet even goed Roomsch, als degenen, op wier hulp Groen zoo gesteld was? Uit meer dan ééne plaats in zijne werken blijkt, dat Groen een groot onderscheid tusschen Roomsch-Catholicisme en L ltramontanisine aannam. Hoewel hij zich verplicht achtte als Christen en Protestant het eerste te bestrijden, -) erkende hij daarin een bondgenoot tegen de Revolutie, terwijl hij het laatste altijd en overal als vijand beschouwde.

In letterlijken zin opgevat lag er in het woord ultramon,taansch :ij niets afschrikwekkends, doch in politicis had hut eene voor eiken staat bepaald gevaarlijke beteekenis. In het ultramontanisme zag Groen die richting, „welke tegen de onafhankelijkheid van het wereldlijk gezag en tegen de gewetensvrijheid gekant is."4) „ De kern van het Systeem is: buiten den Paus geen wezenlijk gezag .... Het is de leer van het geestelijke en wereldlijke zwaard; gebruikt het eene door en het andere voor de kerk; het

') Nei>., 110. 809; zie ook: Ned. Gej>. VI, |,|. (j.

*) Adv. in de Ddbb. Kam. lil. 59.

'I Hkimgkri.ee enz., 1)1. 18, noot. In de Tweede Kamer zeide Grokn. 15 Nov. 1855, toen hij het Lltramontanisnte noemde: „ik gebruik de terminologie der April beweging." Uit deze opmerking kan men opmaken, dat ook hij het woord niet bij voorkeur scheen te gebruiken. Haudd. v. d. Tweede Kamer der S.-G.. 1855 5ti, bl. 71.

M Adv. II, bl. 323.

Sluiten