Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijke geloof 011 achten ons te behooren tot de Cafhol ijkc Kerk."

Voorzoover met Ultramontanisme bedoeld werd het geloovige deel van Rome's kerk, dat door de vrijzinnigen evengoed werd bestreden als de voorstanders der belijdenis in de Hervormde Kerk, erkende hij, dat er „geenerlei verschil" bestond. Niet eenzelvig, noch synoniem met het Roomsch-Catholicisme was de „vervolgzieke en heerschzugtige rigting, die op politiek zoowel als op kerkelijk terrein" weder begon op te komen. Gelijk de heer Luyben wist „uit geschriften en ook uit parlementaire discussiën," verstond Groen daarmee het Ultramontanisme, dat, hij moest het erkennen, „in de Roomsche Kerk .... grootelijks veld gewonnen heeft." ')

Toen de voordracht van Wet op de Kerkgenootschappen was verschenen, sprak Groen het in de Nei>eri.aniier uit, hoe gevaarlijk de ultramontaansche richting was. „De Grondwet verlangt voor alle Gezindheden gelijkheid van bescherming. Geene -') gelijkheid van toezigf. Voor gelijkheid van bescherming is dikwerf ongelijkheid van toezigt onmisbaar. Eéne rigting, onvereenigbaar met de gelijkheid der Gezindheden en met de onafhankelijkheid van het wereldlijk gezag, eischt, indien er voor handhaving der Grondwet zal worden gezorgd, niet bescherming, maar bedwang." 3)

In het kort dient te worden vermeld, welke gebeurte-

') Ned., no. 1300.

In 110. 94*2 stond „eene", doch in no. 944 werd het verbeterd in „geene".

') Ned., no. 942.

Sluiten