Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hetgeen door den Paus was besloten, voordat de gemaakte regeling zou bekend gemaakt worden. ') Al is de Regeering niet van alles onkundig gehouden, toch verklaarde zij zelve eenigszins te zijn overvallen, „toen in liet laatst van Maart 18ö!{ de tijding eener opiigting van vijf Bisdommen en een Aartsbisdom van Utrecht (in eene Pauselijke Allocutie, weinig geschikt om door den vorm het ergerlijke van den inhoud te verminderen) herwaarts (werd) overgebragt. Onder den indruk dezer berigten werd te Utrecht het Adres geteekend, dat het sein der Aprilbeweging geweest is." s) Daarop volgde de verwisseling van ministerie, en werd nog in hetzelfde jaar de wet op de kerkgenootschappen ingediend en aangenomen.

Het bevreemdde Groen vooreerst, dat de Regeering niet

') In De Nei>., 110. 871 leest men over deze quaestie o.a.: „. ... in eene missive van den Min. v. Buitenl. Zaken aan den pauselijken internuntius van 1(5 Oct. 1852, dankt de Min. v. Buitenl. Zaken dien pauselijken gezant: ..de ce que monsignore 1'internonce a bien voulu lui conimuniquer ufficieusement que le S. Siéoe. avant de procéder a 1'organisation de 1'Egl. Catholique, a 1'intentiou d'en faire part au Gouvernement du Hoi, ainsi que de 1'époque oü elle se fera." Dit uit eene rede van den heer van Hoëvei.l, 18 April 1853 in de Tweede Kamer gehouden. De Nei>. voegt hierbij, dat er dus geen belofte, en niets meer dan een voornemen bij het Hof van Rome heeft bestaan. Zie ook De Xed., no. 871!.

In eene circulaire van den Minister v. Binnenl. Zaken van den Sisten Maart, verklaarde het Gouvernement, „dat de Paus eerst met den slag gewaarschuwd had," en „dat het van de „voor dit land weinig berekende stukken", allocutie en breve, eerst na de uitvaardiging kennis had erlangd . . .." Mr. J. Schokking, diss., bl. 133-134.

') Adv. II, bl. 300-301.

Sluiten