Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergelijking gemaakt tusschen de behandeling, welke de belijders der Hervormde Gezindheid, en die, welke de leden der Roomsche Kerk, van den Staat ondervonden. Hij richtte tot zijne „Catholijke ambtgenooten" de vraag: „worden ook Uwe Hoogleeraren door den Koning benoemd. ) . . . . Heeft men ook Lvve Gezindheid op eene tegen haar beginsels strijdige wijs, bij Koninklijk Besluit, tol een Kerkgenootschap georganiseerd ? Worden zij, die zich om gemoedsbezwaar, aan dat Genootschap, aan die officiële afperking en omtuining onttrekken, ook bij U gesteld buiten de bescherming der Wet?" -') Thans, bij de besprekingen in de Tweede Kamer over de onderhandelingen' met het pauselijke Hof, wees hij op „de volkomene vrijheid voor de Roomsche" in vergelijking „met het onophoudelijke toezigt over de Hervormde Kerk" wier algemeen reglement onlangs was goedgekeurd, doch niet zonder dat een elftal reserves waren gesteld. Voor eerstgenoemde werd door de Regeering aan de Grondwet eene vrijheid ontleend, die ter zelfder tijd aan de Hervormde Kerk door haar werd ontzegd! ')

Ue ïepliek van den Minister van Binnenlandsche Zaken vond Groen weinig bevredigend. Hij beweerde, dat men zich ten bewijze, dat „anders gehandeld (zou zijn) ten aanzien van de hervormde kerk dan van het katholiek

') /ie terug bl. 95, middenin.

I Adv. i.\ de Dübb. Kam. bl. <>4.

4| zie ook de verwiJzinè' noot 1 hierboven.

Sluiten