Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkgenootschap'', had beroepen „op eene handeling zeer tegen de meening van de Regering in het algemeen gepleegd, op eene (de Minister van Finantiën ') heeft het gezegd) geïsoleerde handeling van een Minister die is afgetreden, -) eene handeling die nooit in het algemeen aan de Ministers is voorgelegd en die, toen zij ter hunner kennisse kwam (hetwelk niet eer geschiedde dan toen zij publiek was geworden), afkeuring heeft gevonden." Door deze verklaring verloochende het ministerie zijn vroeger medelid en werd „de schuld van het elftal reserves op

rekening van Minister van Rosenthal gebragt " Na

het bovenstaande aldus in de Nederlander :!) te hebben medegedeeld, vraagt Groen: „Is de betrekking der Gezindheden tot den Staat van zoo ondergeschikt belang dat daaromtrent in den Ministerraad geenerlei gemeenschappelijk overleg, maar alleen af keur hit/, nadat de zaak publiek tras geworden, te [tas kwam?"

Het was niet in de eerste plaats het feit, dat de bisschoppelijke hierarchie was hersteld, hetwelk hier zulk eene opschudding teweegbracht, maar veel meer het bekend worden van de allocutie, door den Paus den 7den Maart in het Consistorie gehouden.4) Op eene „voor de gelieele Natie aanstootelijk(e)" •"') wijze werd daarin over

') Mr. P. 1\ van Bosse, „Min. v. Finantiën, belast met het Departement der Hervormde en andere Eerediensten."

*) Mr. J. F. H. Nedermejjer ridder van Rosenthal, Min. v. Justitie en van den Herv. Eeredienst, afgetreden 1"> Juli 1852.

3) Ned. no. IKK».

J) Zie in de Ned. no. 843 een lang citaat uit: „de aanspraak van den Paus."

■') Adv. II, bl. 311.

Sluiten