Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oefening van haar onmiskenbare regten worden belet." ') Was „eene wet, in de schatting van het Gouvernement, onmisbaar", dan waren aanmerkelijke veranderingen 1100dig. „Dan behoort zij eene regeling te zijn, waarbij de vrijheid en zelfstandigheid der Kerkgenootschappen, in plaats van aan de suprematie der Regering ondergeschikt te zijn, ook tegen de onvoorwaardelijke oppermagt van den Staat (dezelfde leer die het vorig Ministerie, bij de conceptwet op het Armbestuur, in toepassing gebragt heeft) worde beschermd." *) De wet behoorde „niets anders te zijn dan het nationaal protest van April in wettigen vorm. De hoofdgedachte is: protest tegen een lijdelijk toezien, wanneer de ultramontaansche rigting, onder voorwendsel dat ze op volledige ontwikkeling regt heeft, de onafhankelijkheid van het wereldlijk gezag en de gelijkheid der Gezindheden bedreigt. Die hoofdgedachte werd, helaas! in een voor het regt van alle Gezindheden gevaarlijk bekleedsel omhuld." :i)

Uit het Voorloopig Verslag4) van de Tweede Kamer over de wet op de kerkgenootschappen bleek, dat sommige leden het ontwerp bestreden, daar zij alle preventieve maatregelen strijdig achtten met de door de Grondwet 5) verleende „algeheele vrijheid van belijdenis van godsdien-

') Ned., no. !I39.

') Adv. II., bl. 321-322.

:l) Ned., 110. !I43.

■*) liijlayeu v. tl. Handel, der S.-G., 1852,53, bl. 128 e. v. '') Zie ook De Ned., no. !)87, „over de ongrondwettigheid der wet," naar aanleiding van de beraadslaging over dit punt in de Eerste Kanier.

Sluiten