Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In tegenstelling met het vervolgzieke Roomsche beginsel, dat geen anderen vorm van Godsvereering duldt, ademde de gereformeerde belijdenis een geest van vrijheid. Zij had hen derhalve niet weerhouden „de Roomsche Kerk te eerbiedigen; den Roomsche vrije godsdienstoefening te Liten niet alleen, maar zooveel mogelijk gelijke regten; toegeeflijkheid in alles, op één punt weerstand: namelijk in zoo ver Rome de gewetensvrijheid bedreigt." Door „deze conciï iatoire politiek, de wensch om aan allen volkomen

vrijheid van godsdienst te geven, " had Nederland

den naam van „het klassieke land der vrijheid" ') verworven; wilde het dien eerenaam behouden, dan moest die nationale politiek van nauwgezette handhaving van gewetensvrijheid voor allen, niet worden verlaten.

vouwd en beoordeeld, door Dr. R. Fkui.v, 1853. Deze bespreekt en \ ei gelijkt daar art. .{(5 der Geloofsbelijdenis en den eed door de Roomsche bisschoppen bij de aanvaarding van hun ambt af te leggen. Naar aanleiding daarvan zegt Dk Nederlander: „Welligt behoorde het aan een Nederlander en Protestant niet onbekend te zijn dat het Artikel 3<> door de geschiedenis onzer, ook jegens de Roomschen, niet enkel in de Republiek der Vereenigde Nederlanden verdraagzame gezindheid, en de Bisschopseed, evenzeer door de leer en praktijk der Kerk tan Home. tot op den huidige n day. toegelicht wordt." In Grondwetherz. en Kensgezindh hl. 385, zegt Gr. v. Pr.: „De praktijk heeft, dunkt mij, geleerd,' dat ook onze \ aderen geen vervolgzieke beteekenis aan het Artikel hebben gehecht." Men zie voorts De Genieene Oratie door Dr. A Kt'yper, derde deel, 1904, bl. 91 e.v.

') Adv. II, bl. 32(5.

Sluiten