Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit onderwerp minder vaak sprak, heeft hij zich tocl. ook over liet middelbaar onderwijs zeer heslist uitgelaten.

Eerst bespreken wij het lager-, vervolgens het middelhaar- en eindelijk het hooger onderwijs in zijne verhouding tot Kerk en Staat, om daaruit te leeren welke betrekking er volgens Groen, tusschen die beide moest bestaan in verband met het geheele schoolwezen.

Is het onderwijs taak der Regeering, behoort het tot het gebied der Kerk of moest het onder beider invloed staan ? Wanneer wij nagaan, welk antwoord Groen op •leze vragen gaf, zal tevens blijken, dat hij den invloed van Staat èn Kerk erkennend, oorspronkelijk den voorrang toekende aan het openbaar, eerst later aan het bijzonder onderwijs, en ook, waarom hij ten slotte voor liet eerste strikte neutraliteit, en voor het laatste volkomen vrijheid verlangde. Hierbij dient dan ook te worden besproken de zoogenaamde facultatieve splitsing, en of het vergund is van overheidswege subsidie te geven aan bijzondere scholen.

Daar Groen reeds in de eerste jaren van zijn openaa' optreden het toen geldende stelsel van onderwijs critiseerde, en tot aan het einde zijns levens onvermoeid doorging met op dit gebied van zijne beginselen te getuigen, zou men, de geschiedenis van het schoolwezen van i) tot 187(5 volgende, slechts weinige feiten van beteekenis vinden, waarbij zijn naam niet werd vermeld. Die geschiedenis zullen wij evenwel niet in zijn geheel

') Ned. Ged. V, bi. 25.

Sluiten