Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

althans tic geloofsregter in do theologische quaestie. Namens den Staat, oefent hij het regt uit dat het wereldlijk Bestuur zich, in het schoolwezen, over de Kerk aangematigd heeft; hij is de Cezar, in één woord, dezer nieuwerwetsche Caemrojmine." ')

Dit was iets dat men nog stilzwijgend had kunnen verdragen, doch de toestand werd anders, toen de oprichting van eene bijzondere school te 's Gravcnhage was geweigerd door Burgemeester en Wethouders, en deze overheidspersonen die weigering aldus motiveei'den. Zij beweerden, „dat op nlh■ volksscholen zonder onderscheid, een onderwijs moet gegeven worden waaraan ieder, tot trdlt' Kerkgenootschap hij ook moge behooren, deel kan urmen, en dat dus voor geenerlei School autorisatie mag worden gegeven, indien zij niet, wat de algemeenheid van het Godsdienstig onderwijs betreft, aan de Openbare School gelijk is."

Was het beweren van het Haagsche gemeentebestuur juist, dan zou het eenige wat door de meerdere vrijheid voor het bijzonder onderwijs door het Koninklijk Besluit ware bereikt, dit zijn, dat men andere scholen mocht oprichten r . . . . op voorwaarde dat zij aan de scholen die men afkeurt, volkomen gelijk zijn:!) Derhalve zouden zij alleen in dit opzicht van de Openbare School verschillen, „dat bij de instandhouding der bezwaren het voorregt van zelf te mogen betalen" J) gevoegd werd!

') Het Regt hek Herv. Gezindh., bl. 141.

Aan Graaf Schimmelpenninck enz., hl. <>1. ) Verspr. Geschr. II, bl. 185.

4) Aan Graaf Schimmei.penninck enz., bl. 6-2.

Sluiten