Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samengesteld is." ') < )ok hier vroeg Groen toepassing van liet publiek recht der gezindheden; „waar van Godsdienst en zedelijkheid sprake is, mag de Staat niet eigendunkelijk te werk gaan; het geloof der Gezindheden behoort het rigtsnoer der Regeering te zijn." -')

„Bruikbaarheid der openbare school voor eene Christelijke Volksopvoeding" noemde hij -een grondwettig en ook historisch regt van het Nederlandsehe Volk. Het geldt hier een nafioimal regt; er zijn regten, die van de willekeur, noch der Kroon, noch der Staten-Gcneraal, maar enkel van het gemeen overleg behooren afhankelijk te zijn; er zijn historische regten waaronder hier te lande de Christelijke Volksopvoeding behoort, waarop, ook niet met gemeen overleg van de drie takken der wetgevende magt, inbreuk mag worden gemaakt." ')

Hij kon derhalve niet aannemen „. . . . noch het systema cener beperking van de Godsdienst tot een catechetisch onderligt buiten de school; noch het denkbeeld van een algemeen Christendom waarbij niet alleen de speciale kerkleer der gezindheden, maar (en dit is mijn hoofdbezwaar) de waarheden welke aan alle Christelijke gezindheden '). volgens haar Kerkleer, dierbaar zijn, ter zijde worden gesteld. Ik geloof dat de zaak van het Onderwijs in gemeen overleg met de Kerk moet worden behandeld;

') NED. 110. 841.

'■'I Adv. II. bl. 02.

I Nf.d. no. 1433; Advies in de Tweede Kamer van 30 Nov. 1855, afzonderlijk uitgegeven onder den titel: Over het verband van de Openbare Volksschool en de Godsdienst: /.ie daar bl. J2.

J) Zie verder bl. 223.

Sluiten