Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag .wat is liet Christendom?" volge de verklaring door hem daarvan gegeven in de zitting van de Tweede Kamer, van 0 Juli 1857. hij de behandeling van <le schoolwet van Van der Brigghen.

Den vorigen dag had Thorbecke gesproken, en het was tot „het geachte medelid uit Deventer", dat Groen zich wendde, toen hij zeide: „Even als hij vraag ik: wat is hof Christendom? Ik spreek niet van individuele beschouwing ; ik verval niet in het euvel waarop hij aan het einde zijner rede wees, dat men liet Christendom met eigen kerkgenootschap verwart. Ik spreek ook van een Christendom boven alle kerkgenootschappen, evenwel zoo, dat het in ieder kerkgenootschap afdaalt, zich belichaamt, en in verscheidenheid eenzelvigheid vertoont. Ik bedoel het positi(e)ve, historische Christendom, niet aan eenig kerkgenootschap eigen, maar aan alle Christelijke kerkgenootschappen gemeen; een leerstellig ('hristendom in de onafscheidelijkheid van dogma, historie en moraal, zoodat elk feit een leerstuk in zich bevat en ieder leerstuk in een voorschrift zich ontwikkelt, en ieder leerstuk wijst op het groote feit, waaruit dogma en zedeleer ontspruit: het zaligmakende feit: het feit eener „zaligmakende genade die onderwijst.""

Dat Christendom „ . . . . het licht waarvan elke kerkelijke belijdenis, voor zoo ver eene Kerk, Christelijke Kerk mag worden genoemd, een straal is. het Christendom dat aan alle kerkgenootschappen gemeen is. heeft tot middenpunt: lief Kruis. In dat ééne woord is de gansche leer, die den Christen beide in het leven en in het sterven rust geeft, de leer van zonde, verlossing en dankbaarheid, ver-

Sluiten