Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scholen in te voeren." ') „Ook de heer v. Reenen wilde een christelijk onderwijs, maar zoodanig een dat niet eenzijdig is en aan den onchristen geen ergernis geeft. „Het onderwijs zal christelijk zijn, ook als de wet geheel daarvan zwijgt. -) Zoowel in 1857 als in 1856 werd dezelfde soort van christelijke opleiding bedoeld „onder of zonder christelijken titel." :|)

Mochten er nog zijn die beducht waren „. . . . voor eenzijdigheid ten gunste van liet Christendom . . . ." '), de volgende passage uit de Memorie van Toelichting moest toonen dat dit wantrouwen onverdiend was. „De Regering begeert niet anders dan dat de openbare gemengde school zoo zij ingerigt dat de kinderen van alle gezindheden daarvan gerustelijk kunnen gebruik maken. Zij wil alzoo geene eenzijdige rigting volgen of gevolgd hebben." •"')

Onder de discussie verklaarde Thorhecke op de neutrale school een Chvixteiuloin horen ijeloofsvcrdeelftheirf te begeeren. De verklaring door den Minister van Justitie gegeven van hetgeen „opleiding tot christelijke deugden beteekende, sloot daar vrij nauwkeurig bij aan. Dit kon of mocht „. ... op de gemengde school in geen anderen zin worden opgevat, dan dat alle leerstellingen en dogmatische bestanddeelen. alles met één woord wat tot het begrijp des Christendoms, van zijne waarheden,

') Adv. II, bl. 224*.

■) Over het Ontwerp van Wet op het Lager Onderwijs

1867, bl. 17, 18.

') Over het Ontwerp v. Wet enz., bl. 17.

I ii tt ,, )f ti ,, bl, lil,

MJluyen v. d. Handd. der S.-G. 1850 57, bl. 568.

Sluiten