Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk schandaal" ') genoemd. Den Minister van Justitie gat' hij den raad, na afloop der discussie de wet in te trekken en tegelijkertijd aan te kondigen, dat in de volgende zitting een voorstel tot wijziging van artikel 104 der Grondwet -) zou worden gedaan.

Ook in 1850 had hij van het artikel gezegd, dat het . . . te goeder trouw, voor verschillende interpretatie vatbaar . . . was. Zelf interpreteerde hij het aldus: „dat het Gouvernement steeds met nauwgezetheid en onbekrompenheid aan de bestaande behoeften ten aanzien van het openbaar lager onderwijs behoort te voldoen." Dit beteekende evenwel niet, dat het Gouvernement altijd en overal eene openbare school moest hebben, ook al was zijn onderwijs voor een groot deel der bevolking onbruikbaar, en zelfs indien dit bleek, doordat de meeste of alle kinderen op eene bijzondere school gingen. :') Uit hetgeen in 1H71 te Wons en Schraard gebeurde bleek, dat ook toen nog de laatstgeinelde, reeds in 1850 door Groen bestreden, meening werd gehuldigd. ')

Dat ook Groen niet immer hetzelfde dacht over het veelbestreden artikel, blijkt, waar hij soms meende, dat „ook met Art. 194 der Grondwet .... eene deugdelijke wet op het Lager Onderwijs alleszins verkrijgbaar" 5) was: ook wel de herziening van het artikel „wenschelijk, zoo

') Adv. II. bi. 264*.

-) „ „ bl. 243*. 244*.

:l) Ned. no. 41.

' ) Zie deze zaak uitvoerig besproken in: Geschiedenis der wor-

iting en ontwikkeling van liet Christelijk Lager Onderwijs in Xe(Ierland, door J. Kuiper, lJtOl, bl. 161—1<>4.

•'•) Nf.p. Gep. VI, Nov. 1875, bl. 26; lil. 32—:!6.

Sluiten