Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

niet onmisbaar ') noemde, doch eveneens verklaarde: ...... aan degelijke schoolwetherziening (moet) do wijziging van Art. 104 der Grondwet .... voorafgaan."

Het blijft onzeker welke meening per slot van rekening als Groens opinie in dezen moet worden beschouwd, de eerste of de laatste. Vóór de laatste pleit, •lat zij misschien het meeste voorkomt en met vele andere uitspraken overeenstemt, doch dit kan men ook van de andere meening zeggen, welke daarbij vóór heeft, dat zij tot het laatst door Groen is volgehouden.

Het voorstel tot herziening van artikel 104 was door hem in 18S7 „als onvermijdelijk voorspeld"; in 1802 „aangekondigd .... hij nog langer volharding in hoogst onverdraagzame praktijk, en in 1864 aangeprezen rals .... het alleen genoegzame redmiddel . . . ." :l)

Dat voorstel was „ . gekant tegen een staatsalvermogen. dat zich tot op het gebied der conscientie uitstrekt. I egen een uitbreiding der staatsschool, die al wat van haar model .afwijkt, overvleugelt en verstikt. Tegen eene zinsnede der Grondwet, die. wanneer zij (gelijk in de wet van 1857) op godsdiensteloos staatsonderwijs uitloopt, met de voornaamste beginselen van het moderne staatsregt, zoolang dit de vrijheid niet afzweert, in strijd is, en die, in de tegenwoordige omstandigheden, School en Kerk, aan

11 Hct I.AdKR OndKRWIJS EX ART. li>4 DHR (iRONDWET, 1864, bl. 2-">. 'I Ned. Ged. I, lil. 228: Aan i>e Kiezers, 18ttt>, XVIII, hl. (5: Vrijheid van Christ.Nation. Onderwijs enz., bl. 133: Ned. Ged. III, bl. 22\ 232.

) Aan de Kiezers, 1866, XVII, bl. IS.

Sluiten