Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koninklijk Besluit van 2 Augustus 1815 was de faculteit der Godgeleerdheid „ingesteld .... ter rorminy ran leeraars roor (Ie Hervormde Kerk." ') In verband niet dat artikel werd in artikel 58 voorgeschreven het subsidieeren van seminaria ten behoeve van het hooger onderwijs in de Hoomsch-Katholieke godsdienst, en bepaalde artikel 5t», dat subsidien zouden worden gegeven voor dat onderwijs ..... in de godsdienst bij de LutlierNclie, l)ooi>s<jezi)i<le en ftemoiistrantsche gezindheden."

Aan dit voorschrift werd, althans wat de Hervormde Kerk betreft, niet meer voldaan. De Regeering lette bij de benoeming van hoogleeraren blijkbaar alleen op „het belang van de wetenschap en van de Hoogeschool" en _niet op het regt der Hervormde Gezindheid". *) Bijna uitsluitend waren K .... mannen benoemd... ., die openlijk de hoofdwaarheden der kerkleer ontkennen of bestrijden; . . . :1) Dit nu was geweest: schending van het recht der Hervormde Gezindheid, dewijl niet was gelet op de leer der Hervormde Kerk. Dat was haar criterium of, zooals de heer van Lynden het in de Kamer had gezegd: „haar constitutive titel, waarnaar men moest .... beoordeelen, wie al, wie niet tot deze Kerk behooren.

„Om hiervan overtuigd te worden behoeft men Nederland niet als protestantsch of christelijk land, de overheid niet als christelijke overheid, maar eenvoudig als be-

') Het Regt der Herv. (Jezixdh.. bl. 177.

») Ned. iiü. 7K7.

'I nu. llK). vuil (5 Jan. 1851; een citaat van hetgeen (looi¬

den heer Van Lynden hierover in «le Tweede Kanier was gezegd.

Sluiten