Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beantwoording van deze vraag door Groen in laatstgemelden zin was niet slechts van belang voor de houding, welke z.i. door de kerkleden tegenover haar moest worden ingenomen, maar zij deed hem eene bijzondere positie in den Staat vragen, niet alleen voor de Christelijke Kerk, maar voor alle gezindheden. Daar hij echter dikwijls het enkelvoud in plaats van den meervoudsvorm bezigde, en dan b.v. sprak van .de eischen der Kerk" werd hem eens in ite Kamer gevraagd: „welke Kerk bedoelt gij?" Hij antwoordde: „in een Staat waar onderscheidene gezindheden historische en verkregene regten hebben, bedoel ik, niet ééne gezindheid, maar. zonder uitzondering, alle." ')

Daar het duidelijk was welk een grooten invloed de kerken op het volk en daardoor op het geheele staatkundig en maatschappelijk leven bleven uitoefenen, was men er allengs niet meer mede tevreden haar als gewone burgerlijke vereenigingen te behandelen. Het werd veiliger gevonden de Kerk als eene afdeeling van den Staat te beschouwen en haar aan het staatsbeheer te onderwerpen. Eene uiting van dit streven openbaarde zich in de inmenging van de Regeering in de zaken der Hervormde Kerk door de organisatie van 1816 en de maatregelen tegen de Afgescheidenen.

Met de heerschende Kerk was in 17tM» de officieele staatsgodsdienst verdwenen: onder geen enkelen vorm wenschte (troen een van beiden terug. ..Volgens de

'I Adv. II, lil. (iii, zitting van 1 Dcc. 18T>3. ') Bijdrage tot Hekz. der G. \V. 1>1. 85.

Sluiten