Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brinken voor „ongeloofspropaganda" '), wanneer hij vergat of verwierp, dat „er .... nog eene Christelijke Natie (was), zoodat er. ook volgens de Grondwet, in de openbare instellingen, niet gelijk regt der gezindheden, op het geloof der Natie behoort te worden gelet." -)

De nadeelen, welke door dit gevaar konden ontstaan, zouden evenwel voor een groot deel worden verzacht, indien do voorstanders van -den christelijken Staat slechts niet onbezorgd waren, en den ernst en het gevaar van het verkeeren in een godsdienstloozen Staat goed doorzagen. Het tweede gevaar, waarop door Groen werd srewezen. was, dat zulk eene on bezorgdheid zon ontstaan.

o v

Door de revolutionaire theorie was de „handhaving van het christelijk nationaal beginsel voor de openbare instellingen" 3) verworpen en kon alleen „vrijheid van het individu" worden toegestaan. De geschiedenis der 19de eeuw had meerdere bewijzen geleverd, dat men zich daar vaak niet aan had gestoord; maar al te dikwijls was het eene vrijheid „in theorie" gebleven. Nu was de vrees niet ongegrond, dat door het verlaten van het ( liristelijk beginsel ..... het anti-christelijk beginsel, in den staatsvorm genesteld, tegen al wat aan eene christelijke Natie nog heilig en dierbaar is. (zali worden gekeerd." ')

Ook hier wees Groen een weg ter ontkoming. Geen insluimeren, alsof er niets meer aan te doen ware, was

11 Pari.em. Stuk. ex Schets. II. lil. 405.

■-') Vrijheid v. Christ.-Nation. Onderwijs enz., bl. XXXVIII. Voorrede.

) Ter Naged. v. Sta hl. bl. V, Voorrede.

Sluiten