Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men; zij is een product der historie en zij geeft menig bewijs, dat ons land vroeger geregeerd is naar de beginselen van Gods Woord.

Wel verre van in strijd te zijn met de Grondwet, is liet aanprijzen dier beginselen als richtsnoer voor Overheid en volk van onze dagen juist in haren geest. Degenen die het tegendeel beweren en de christelijke beginselen wenschen te weren van het terrein der staatkunde, miskennen den aard en den oorsprong van ons staatsrecht. Evenzeer handelen zij onhistorisch, die, daar zij meenen, dat de Grondwet geen christelijke beginselen bevat, grondwetsherziening verlangen om deze zoogenaamd in ons staatsrecht in te voeren en in de constitutie vast te leggen. Ook dezen toonen onze geschiedenis niet te kennen of niet te begrijpen, en daardoor schaden zij de zaak waarvoor zij strijden, in plaats van haar te dienen.

Evenals in vroegere eeuwen hangt de oplossing van de groote vraagstukken van het staatkundig — zoowel als van het maatschappelijk leven af van het antwoord op de vraag, die ook thans nog tot allen komt: „Wat dunkt n van den Christus?" ') De wijze waarop de Overheid die vraag beantwoordt is beslissend voor de houding, welke de Staat zal aannemen bij alle ipiaesties, waarbij de godsdienst te pas komt.

Van nog grooter invloed is het antwoord, dat door de Christelijke Gemeente op die vraag wordt gegeven. Indien allen, die het met haar gelooven en belijden, dat Christus

'I Matlli. 22 vs. 42.

Sluiten