Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwestie niet eens aan. Slechts twee auteurs, Diephuis en Scholten, laten zich terloops met haar in.

De hoogleeraar Diephuis schrijft ad 1401 B. W., dat wanneer er schuld aan beide zijden is, aan den rechter overgelaten wordt te beslissen, zoo als naar de omstandigheden hem het meest gepast voorkomt.') Waarschijnlijk wordt bedoeld, dat de benadeelde niet verstoken blijft van schadevergoeding, doch ook niet het volle bedrag ontvangt. Diephuis toch verwijst naar de Fransche auteurs'), welke, steunend op de jurisprudentie 8), eenparig dergelijke verdeeling van schade voorstaan. Noch bij hen, noch bij Diephuis vindt men echter deze uitspraak eenigszins gemotiveerd.

Ook Mr. Scholten 4) hield zich met de kwestie onledig. In zijn uiteenzetting van het causaliteits\raagstuk wijdt hij, zooals de meeste auteurs, die dat probleem behandelen, eenige woorden aan onze materie. Terwijl Diephuis de schade verdeelt, ontzegt Scholten den benadeelde in beginsel vergoeding. Hij steunt daarbij geheel op de Duitsche litteratuur.

In het Duitsche burgerlijke wetboek is de kwestie in § 254 geregeld. Zij luidt:

„Hat bei der Entstehung des Schadens ein Verschulden des Beschadigten mitgewirkt, so hangt die Verpflichtung zum Ersatze sowie der Umfang des zu

') Systeem XI, blz. 87.

s) Demolombe XXXI, N". 502 en v.

Zie ook Planiol III, N°. 899. Cette communauté de faute atténue la responsabilité de 1'auteur principal du dommage, qui ne doit alors qu'une reparation partielle.

3) Dalloz Suppl. Responsabilité, N°. 271—274.

4) Rechtsgeleerd Magazijn 1902.

Sluiten