Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vel quamcumque aliam quadrupedem in se proritaverit, neque in ejus dominum, neque in custodem actio datur.

En niet alleen de eigenaar van een dier mocht zich op de schuld van den benadeelde beroepen, doch ook de meester van een slaaf, ter verantwoording geroepen voor een delict door dien slaaf gepleegd, kon met een dusdanig antwoord volstaan. Africanus zegt toch:

L. 61 § 7 D. 47. 2. Haec ita puto vera esse, si nulla culpa ipsius, qui mandatum vel depositum susceperit, intercedat; ceterum si ipse ultro ei custodiam argenti fore vel numorum, commiserit, cum alioquin nihil unquam dominus tale quid fecisset, aliter existimandum est.

Er zijn nog meer dergelyke plaatsen in de Pandecten. Ik zal het echter hier bij laten, doch wensch nog te wijzen op de aansprakelijkheid der nautae, caupones et stabularii. Men heeft er nooit aan getwijfeld hunne aansprakelijkheid op te heffen, wanneer de benadeelde schuld had, ofschoon het Corpus Juris dit niet uitdrukkelijk bepaalt1).

Naast het Romeinsche Recht het moderne. Eveneens leert ons dit recht, dat de aansprakelijkheid op objectieven grond rustend wegvalt, wanneer de benadeelde tot de schade medegewerkt heeft. Zoowel in art. 184G B. W. als in art. 540 W. v. K. en art. 700 W. v. K. blijkt dit.

De aansprakelijkheid van den lastgever, zooals

') Zie Goldschmidt. Das receptum nautarum. Zeitschrift für das gesammte Handelsrecht, Band 3, blz. 116, noot 104. Vergelijk verder Seuff. Arch. Band 2 N°. 49, Band 7 N°. 40.

Sluiten