Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de twee voornaamste rechtvaardigheidsgronden: ambtelijk bevel en noodweer. In de uitspraken van het voormalige Reichsoberhandelsgericht, en van het Reichsgericht,') vindt men dan ook verkondigd, hoe aan soldaten, die zich bij een velddienstoefening op de rails bevonden en door een trein overreden werden, of hoe aan een postambtenaar, die zich getrouw aan zijn instructie reeds bij het rangeeren van den trein in het postrijtuig bevond, en bij een schok letsel bekwam, beroep op ambtelijk bevel toegestaan was, en de spoorwegmaatschappij aansprakelijk gesteld werc1. Ook vindt men onder die arresten, hoe aan iemand, die een kind vóór de wielen van de locomotief weetrok en daarbij zelf gewond werd, schadevergoeding toegestaan werd.') Stricto jure is hier wellicht geen noodweer in het spel. De vergoeding werd echter toegestaan op grond, dat er een zedelijke verplichting bestaat menschenlevens te redden, en dat, wanneer de daad van den benadeelde uit plichtgevoel voortspruit, de gedraging niet laakbaar kan zijn.

Dezelfde gedachte, dat een gewettigde handeling van den benadeelde, al leidt zij ook tot schade, de aansprakelijkheid van dengeen, die in de eerste plaats verantwoordelijk is, niet opheft, vindt men in een vonnis van de Rechtbank van Utrecht.

Een trein was in volle vaart voorbij het station Kampen geloopen. Een der reizigers, bekend met de ligging van het station, vreezend, dat de trein op de

') Zie Eger, „das Reichshaftpflichtgesetz, blz. 153.

') Zie de bij Eger blz. 152 medegedeelde beslissing, bovendien R. O. H. G., Band 22, blz. 813, No. 31.

Sluiten