Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijver als een adaequaat gevolg beschouwd wordt, door den ander voor een inadaequaat aangezien. Wanneer het dus reeds moeilijkheden oplevert te beslissen, of een gevolg al dan niet adaequaat is, dan zal het vrij wel ondoenlijk zijn uit te maken, wie van beide partijen het gevolg het meest adaequaat veroorzaakt heeft, na te gaan, of de benadeelde meer of minder dan de benadeeler de schade begunstigd heeft.

Met geen van beide uitleggingen van „hoofdoorzaak" kan men dus tot een bevredigend resultaat komen. De leer van Dernburg kunnen wij dus niet volgen. Maar wat dan? Moet dan de benadeelde steeds de schadevergoeding derven, ook al is zijn schuld nog zoo klein?

Dit brengt ons waar wij wezen moeten. Afweging van causaliteit is onmogelijk, afweging van schuld is zeer goed denkbaar. Men moet dus naar de hoofdschuld, inplaats van naar de hoofdoorzaak, zoeken; d. w. z. men moet nagaan, wie van de beide partijen de meeste schuld heeft, en slechts dan aan den bena-

sche Praxis Band 90 blz. 171—344) abstraheert niet, zooals de vorige schrijver die omstandigheden, die den dader niet bekend waren, doch die objectief onbekend waren op het oogenblik der handeling. „Voraussetzbar und vorauszusetzen siad alle Bedingungen, die bei der menschlichen Handlung schon vorlagen (auch soweit sie spater bekannt geworden sind)." Was onder die omstandigheden het gevolg objectief te voorzien, dan is het gevolg adaequaat. Zijn standpunt noemt hij daarom „der Standpunkt der objectiven nachtraglichen Prognose.'' — TrSger houdt het midden tusschen beide auteurs. Hij onderzoekt, of de handeling de geschiktheid heeft onder de omstandigheden, die op het oogenblik der daad voor den normalen mensch bekend zijn, het gevolg te verwekken. Der Causalbegriff im Straf-und Zivilrecht blz. 159—166.

Sluiten