Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ganscli anderen aard dan de productieve vereenigingen in Frankrijk. Dit waren arbeidersverenigingen, terwijl zijn Robstoffgenossenschaften niet bestonden uit arbeiders, maar uit kleine ondernemers. Hij wilde opvoeden tot ondernemers, die al ondernemers waren. De allerlaatste plaats in zijn systeem nam in de credietcoöperatie, in den vorm van voorschotbanken. Tegen billijke rente moesten zij de kleine luiden crediet verschaffen, den woeker tegengaan. Opmerkelijk is het, dat juist deze het waren, die al spoedig de voornaamste werden, de kern der geheele Duitsche coöperatie.

In 1850 was de eerste voorschotbank opgericht door Scliulze te Delitzscli, later vervormd naar het voorbeeld der voorschotbank te Eilenburg aldaar opgericht door Dr. Bernhardi, op eenigszins andere grondslagen berustend. Het noodige kapitaal werd bijeengebracht door entree-gelden en kleine maandelijksclie stortingen. De entreegelden vormden het reservefonds tegen mogelijke verliezen, onafhankelijk van de uittreding der leden. Door de maandelijkche stortingen werden de aandeelen gevormd, die gesteld werden op 12, later op 16, nog later op 26 Thaler. Als credietbasis werd aangenomen de onbeperkte solidaire aansprakelijkheid. Tegen een zeer matige interest werd crediet gegeven. De gemaakte winst zou den leden als dividend over bun aandeelen

Sluiten