Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van 1859 —1868 ontstonden er 25 „Unterverbande", waaronder 21 van crediet-, 3 van verbruiksen 1 van grondstof-vereenigingen. Tot die 25 „Unterverbande" behoorden 574 vereenigingen. Op zich zelf staande vereenigingen telde de bond 149, waarvan 121 ciediet-, 18 verbruiks- en 10 andere vereenigingen. De credietvereenigingen hadden dus verreweg de overhand.

Door opname van vreemd kapitaal werden zij in staat gesteld het gewone bankbedrijf uit te oefenen, waar dan ook spoedig op ruime schaal gebruik van gemaakt werd. De oude wijze van geld geven op eenvoudige schuldbekentenis werd afgeschaft en de wissel ingevoerd, als gemakkelijker voor de invordering bij niet gewillige betaling. Nog later werd gesloten een crediet-contracl, de credietnemer kreeg de bevoegdheid tot zeker maximum crediet te nemen in rekening-courant.

In 1865 kwam tot stand een speciale instelling voor de credietvereenigingen, toen opgericht werd de Duitsche „Genossenschaftsbauk" van Soergel Parisius & Co., in den vorm van een commanditaire vennootschap, waardoor de verschillende vereenigingen met elkaar in connectie konden treden.

Vooral ook daar veelal geld werd opgenomen tegen hoogen interest, ging de middenklasse meer en meer deelnemen aan de credietcoöperatie. Door

Sluiten