Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nederlandsche en de Indische financiën bestaat, als met die, „dat de financiën gescheiden zijn.

„Dat toch zulk een bevestigende beantwoording niet, zooals „sommigen betoogen, de eenheid der financiën bewijst, is duidelijk „als men dezelfde vragen stelt met het oog op de verhouding „tusschen de financiën des Rijks en die der provinciën en der „gemeenten. Heeft de staatkundige band tusschen Nederland „en Indië ten gevolge, dat dezelfde macht voor beide beschikt „over de vaststelling der begrootingen en over het aangaan „van geldleeningen, de overeenkomstige band tusschen het Rijk „en de provinciën en de gemeenten heeft bij deze geleid „tot het vereischte van hoogere goedkeuring van de begrootingen „en van de besluiten tot het aangaan van geldleeningen en „het heffen van belastingen (voor welke laatste bij de provinciën volgens dc nog geldende regeling bekrachtiging van de „wet noodig is), zonder dat iemand hieruit besluit tot de eenheid „van de Rijks-, provinciale en gemeentefinanciën.

„En zelfs als in het door het vierde lid van artikel 144 der „Grondwet bedoelde geval gemeentebegrootingen door den

„Rijkswetgever worden vastgesteld (zooals geschied is *) bij de „wetten van 2 Februari 1895, Staatsbladen 15 en 16), wordt „aan de bestaande scheiding tusschen de Rijks- en de gemeente„financiën niets veranderd.

„Evenmin besluit men tot de eenheid van de Rijks-,provinciale„en gemeentefinanciën uit overweging

„dat de provinciën en de gemeenten niet restitueeren het „deel in de algemeene bestuursuitgaven des Rijks, dat geacht „mag worden in hun belang te strekken, wegens de werkzaamheden, die departementen van algemeen bestuur en hooge „colleges van Staat voor haar verrichten;

„dat sedert de wet van 7 Juli 1865 (Staatsblad n«. 79) eene „organieke uitkeering, welker regeling daarna herhaaldelijk gewijzigd is, van het Rijk aan de gemeenten bestaat en zelfs „op het Vde hoofdstuk van de Staatsbegrooting (zie o. a. artikel „88 van de wet van 2 Februari 1903, Staatsblad n°. 46) een

') Dit is een onjuiste beschrijving. Immers werden bij het eerste artikel dezer wetten de burgemeesters van de betrokken gemeenten gemachtigd de begrooting vast te stellen en ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten voor te dragen.

Sluiten