Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof hiermede voldoende te hebben aangetoond, dat inderdaad, naar het Charter van 1804 en het Regeeringsreglement van 1806, Nederlandsch-Indië geen rechtspersoonlijkheid had. Het constant gebruik van de woorden „Staat" en „Bataafsche Republiek", waar, had men de rechtspersoon „NederlandschIndië" gewild, deze benaming voor de hand lag; — aan den anderen kant het bij voortduring voorkomen van het woord „Bataafsch—"of „Oost-Indiën" iu territorialen zin,—dit alles wijst op meer dan toeval. Hierin ligt opzet, een stelsel. De volgende Regeringsreglementen toonen ven in het oog vallend verschil hiermede: dit is de reden, waarom ik ze in het zevende hoofdstuk aan een vergelijkende behandeling heb onderworpen; in dit hoofdstuk behooren ze niet thuis.

De Constitutie van 1806 bevat in haar artikel 12 een voorschrift, dat op eenheid van financiën wijst: „ ... de ontvangst „en uitgave der Koloniën zullen beschouwd worden als uit„makende een gedeelte der ontvangst en uitgave van den Staat."

Wij maken een sprong van 28 jaren en vinden in mr. L. C. Luzac, naar het schijnt, een voorstander van de finantieele eenheid. Deze afgevaardigde van Holland zeide in de vergadering der tweede kamer van 23 December 18341), bij de beraadslaging over de Rijksbegrooting voor 1835: „Edoch uit dit „artikel (artikel 60 der Grondwet) volgt tevens, dat de Koning „beheert niet zijne bezittingen, doch de bezittingen van het Rijk, „als het ware domeinen, aan den Staat toebehoorende, waarvan „de baten tot de algemeene kas des Rijks behooren, die daarvan „een integreerend deel uitmaken, en als eerste post in ontvang „behooren te figureeren, evenzeer als het Rijk, het Moederland, „ook gehouden is, bij onverwachte behoeften, die overzeesche „bezittingen bij te staan ... .; die baten behooren aan het Rijk, „aan den bezitter en eigenaar der volksplantingen, welke ze „afwierpen."

Op blz. 141 zegt de heer W. A. Schimmelpenninck van der Oye: „Maar men kan niet verder gaan dan de Koloniën met „'s Rijks domeinen hier te lande gelijk te stellen, en dan moest „althans de slotsom der jaarlijksche balans worden medegedeeld."

') Handelingen 1834—1835, blz. 140.

Sluiten