Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„finantieelo vereenvoudiging wettigen zoodanige bepaling. — „De schulden der Overzeesche bezittingen, waarvan de renten „door het Rijk zijn gewaarborgd, zijn toch met de daad schulden „van den Staat."

Blijkens het voorloopig verslag *) waren er „eenige" leden die het afkeurden, dat tien millioen aan losrenten ten laste van 's Rijks overzeesche bezittingen waren afgelost uit de opbrengst der vrijwillige leening, uitgeschreven krachtens de wet van 6 Maart 1844,2) welke wet conversie van i?yfo-schuld beoogde, waartoe Indische schuld niet kon geacht worden te behooren „De groote meerderheid heeft zich overigens verklaard „ten gunste van het beginsel, hetwelk thans mede door de „Regering wordt aangekleefd, om de schulden ten laste der „overzeesche bezittingen, onder garantie van den Staat aan„gegaan, als gewone Rijksschulden te beschouwen."

Ik merk hierbij terloops op, dat het voorloopig verslag meer uit de memorie van toelichting haalde, dan er in te lezen stond. In de memorie is te lezen, dat gewaarborgde schulden met de daad zijn schulden van den Staat, derhalve facto, niet jure. En dit is van het standpunt van een financier volkomen juist. Immers met het bedrag der rente en aflossing verminderde het batig slot, dat jaarlijks de middelen van het moederland kwam stijven, en zoo is het waar, dat feitelijk het Rijk in Europa betaalde. Maar rechtens was de zaak geheel anders, zooals reeds hieruit blijkt, dat de memorie spreekt van „renten door het Rijk gewaarborgd." Waar het Rijk borg is, daar moet in casu de hoofdschuldenaar Nederlandsch-Indië zijn. Ook wordt hierdoor eerst duidelijk, waarom den schuldeischers de keus werd gelaten tusschen het behouden hunner Indische obligatiën en het inschrijven in het Grootboek der nationale schuld. Ware de debiteur één en dezelfde, hun toestemming zou noodelooze omslag geweest zijn. Nu was, om Indië te bevrijden, de toestemming van iederen eigenaar van losrenten noodzakelijk.

Bij de beraadslaging in de tweede kamer over het Conversie-

') Bijlagen 1843/1844, blz. 397, § 2.

s) Houdende vaststelling eener buitengewone belasting op de bezittingen en daarmede gepaard gaande vrijwillige geldleening en bijdrage, Staatsblad 1844 n°. 14. — Waar in het vervolg sprake is van „Staatsblad1', wordt het Nederlandsch Staatsblad bedoeld.

Sluiten