Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in artikel 63, zesde lid te lezen staat: „Indien de rekening „sluit met een voor hen (erfgenamen of rechtverkrijgenden) „voordeelig slot, wordt dat aan hen door den Staat ') uit„gekeerd".

In de memorie van toelichting zet de minister zijn standpunt in deze duidelijk uiteen. "Wij lezen toch op bladzijde 94 der bijlagen de volgende merkwaardige passage: „De geld„middelen van Nederlandsch-Indië uitdrukkelijk voor staats„ontvangsten en uitgaven te verklaren, zou, met het oog op „artikel 122 der Grondwet, bezwaren kunnen opleveren, vooral „ten aanzien der ontvangsten en uitgaven in Indië te doen, „waarvan de controle niet aan de Algemeene Rekenkamer in „Nederland, maar krachtens artikel 66 van het regeerings„reglement aan de Algemeene Rekenkamer in Indië behoort. „Doch het oogmerk, dat men bij het uitspreken van het be„ginsel zou kunnen hebben, wordt volkomen bereikt door de „voorschriften, welke het tegenwoordig ontwerp van wet bevat, „en waardoor, behoudens de onvermijdelijke uitzonderingen, „dezelfde bepalingen en waarborgen op de geldmiddelen van „Nederlandsch-Indië worden toegepast, welke ten aanzien van „de overige ') geldmiddelen des Rijks bestaan."

Bij lezing van het voorloopig verslag 2) trekt het volgende onze aandacht: „Bij de behandeling dezer dubbele vraag" — (is vaststelling bij de wet wenschelijk? is zij uitvoerbaar?) — „stelde de groote meerderheid, zooals reeds uit het voorafgaande op te maken is, de wenschelijkheid der zaak boven „allen twijfel. Er waren leden, die erkenden vroeger op dit „punt van een ander gevoelen geweest te zijn, doch door al „wat in den laatsten tijd ter hunner kennis gekomen was, van „zienswijze veranderd te zijn. Het was, zeide men, nauwelijks „noodig te herhalen, dat de koloniale geldmiddelen een onderdeel uitmaken van de algemeene geldmiddelen des Rijks1) „en dat daarom de bevoegdheid om daarover te beschikken „en de sommen te bepalen, voor de onderscheidene behoeften „uit te geven, eigenaardig bij den rij kswetgever behoort. „Meermalen is op de ongerijmdheid gewezen, dat de Staten,Generaal jaar op jaar de rijksbegrooting in alle bijzonderheden

') Cursiveering van mij.

*) Bijlagen 1863/1864, nu. VI, blz. 644, § 5.

Sluiten