Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de algemeene Rijkskas; de eene ouder beheer en beschikking „van den Minister van Financiën en de andere onder beheer „en beschikking van den Minister van Koloniën, naar mate „het in de kas aanwezige is gevloeid uit Nederlandsche of „uit Indische bronnen".... enz.

Bij de beraadslaging in de eerste kamer over de Indische begrooting voor het dienstjaar 1879') verdedigde mr A. J. Duymaek van Twist andermaal de leer der „eenheid": „Ik „houd ook vast aan mijn vroeger geuite meening, niet dat de „Nederlandsche en Indische financiën één zijn (eene in mijn „oog onjuiste uitdrukking), maar dat volgens onze Grondwet „Nederlandsch-Indië een deel uitmaakt van het Rijk der „Nederlanden, en wel niet als kolonie, maar als bezitting van „dat Rijk 2); en dat dientengevolge de inkomsten en de uit „gaven van het eene zoowel als van het andere deel van het „Rijk zijn Staatsinkomsten en Staatsuitgaven, waarover de „wetgevende magt te beschikken en te beslissen heeft met „het oog op de belangen van de beide deelen van het Rijk. — „Wanneer dit juist is, dan zal de door mij besproken „regeling3) niet kunnen zijn een afkoop of, onder welke andere „benaming ook, eene overeenkomst tusschen twee zelfstandige „partijen, om de eenvoudige reden, dat hier geen twee zelfstandige partijen bestaan."

Bij koninklijke boodschap van 23 November 1878 werd aan de tweede kamer aangeboden een wetsontwerp tot het vaststellen van nadere bepalingen omtrent de verhouding van de geldmiddelen van Nederlandsch-Indië tot die van het Rijk in Europa4). Op aandrang van de commissie van rapporteurs voor de Indische begrooting had minister Van Bosse van een incidenteele beslissing afgezien en aan het moeilijke vraagstuk een afzonderlijk wetsontwerp gewijd. In de memorie van toelichting lezen wij, niet voor de eerste maal: „De geld-

') Handelingen eerste kamer, 1878/1879, blz 42.

s) In het eerste hoofdstuk, blz. 14 v., heb ik getracht het onhoudbare van deze onderscheiding aan te toonen.

") Gedoeld wordt op den restitutiepost, dien minister Van Bosse voorgesteld had tot regeling van de finantieele vei'houding tusschen moederland en kolonie.

4) Bijlagen 1878/1879, nu. 76.

Sluiten