Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„middelen des Rijks en van Nederlandsch-Indië maken in zoover „een geheel uit, dat de inkomsten en uitgaven van beide be„grootingen gelijkelijk Staats-inkomsten en Staats-uitgaven „zijn, dat over de baten alleen door de wetgevende magt kan „worden beschikt en in tekorten alleen door haar kan worden voordien. Deze beginselen, waarop de Indische comptabiliteitswet „steunt, behooren bij alle regelingen te worden in acht genomen."

Na aldus zeer beslist de finantieele eenheid op den kandelaar gezet te hebben, bespreekt in § 4, sub lo, de minister de vraag, op welke wijze zal worden voorzien in tekorten der Indische begrootingen: „Waar het middel van leening „onmisbaar is om te voorzien in tijdelijke behoeften van „buitengewonen aard, sluite de Staat eene leening ten be„hoeve van Nederlandsch-Indië, op welks begrooting de sommen „zijn te brengen, benoodigd tot aflossing en tot betaling van „interesten en onkosten. Het aangaan van leeningen door Neder„land sch-Indië onder waarborg van den Staat moge in theorie Juister voorkomen '), in werkelijkheid komt die wijze van voorziening voor het Rijk en voor Nederlandsch-Indië op hetzelfde neder, met dit verschil alleen, dat leeningen onder waarborg van den Staat duurder uitkomen dan leeningen door den „Staat aangegaan."

Ik zou daarop tweeërlei willen vragen: 1°. Hoe kunnen, wanneer de minister in theorie leeningen, door Nederlandsch-Indië aangegaan onder waarborg van den Staat, juister oordeelt dan leeningen rechtstreeks ten laste van den Staat, waarvan de opbreDgst Indië ten goede zou komen, hoe kunnen, vraag ik, in dat geval de inkomsten van Indië (ook die uit leeningen) inkomsten zijn van den Staat? — 2°. Wanneer, naar ons staatsrecht, Indische leeningen onder waarborg van den Staat „juister voorkomen", hoe kan dan voor het „Rijk" de rol van waarborg neerkomen op hetzelfde als de rol van hoofdschuldenaar ? Finantieel alweer moge de zaak „lood om oud ijzer" wezen, juridisch is het verschil zeer groot. Men ziet, er heerscht in de memorie de grootst mogelijke verwarring.

In de afdeelingen was men er dan ook niet gerust op, welke richting de minister uitging, ten minste wij lezen in het voorloopig verslag, naar aanleiding van dit ontwerp uitgebracht,

') Cursiveering van mij.

Sluiten