Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen zelfregering in Indië, geen zelfstandigheid, en dus ook „geen eigen financiën, geene regeling van uitgaven, noch regt „tot belastingheffing De Rijksregering bestuurt Indië als niet „autonoom deel van het Rijk. Nimmer is sedert 1795 van dit „beginsel afgeweken, van de Staatsregeling van 1798 af tot ,de Grondwet van 1848, van het Indisch regeringsreglement „van 1854 tot de comptabiliteitswet van 1864 toe."

Volgt een beroep op de geschiedenis der grondwetsherziening met betrekking tot, het artikel 60, dat de regeering had willen vergrooten o. a. met het lid: „Het batig slot wordt onder de Rijksinkomsten opgenomen'1, welk lid, naar "men meende, geen wet geworden is, niet, omdat men het over het beginsel niet eens was, doch omdat men niet wist, of onder „batig slot" te verstaan was het finantieel resultaat van de geheele Indische administratie of alleen van de remiserekening.

De opmerking moet mij uit de pen, dat het mij vreemd voorkomt, juist dit argument ten gunste van de „eenheid" te hooren aanvoeren Wanneer toch het batig slot onder de Rijksinkomsten opgenomen wordt, dan volgt daaruit noodzakelijk, dat dit batig slot vóór die opneming tot iets anders, in elk geval niet tot de Rijksiukomsten behoorde. Daar het onaannemelijk is, dat vóór die opneming het batig slot res nullius zou zijn, moet het wel tot een eigenaar: „Nederlandsch-Indië" kunnen teruggevoerd worden. Zoo is deze bepaling veeleer een steun voor de leer, die ik nader hoop te ontwikkelen, dan voor de eenheidstheorie, aan welke men meende daardoor kracht te kunnen toevoeren.

Het verslag vervolgt: „Wat daarvan zij, eenheid van financiën heeft steeds gegolden, en de zoogenaamde Indische uitgaven, Indische inkomsten, Indische geldmiddelen, Indische „saldo's zijn niet anders dan uitgaven, inkomsten, geldmiddelen, saldo's van den Nederlandschen Staat in Indi'e. Er is „nooit anders sprake geweest dan van ééne en dezelfde schat„kist voor de beide hoofddeelen des Rijks, en daarom is het „begrip verwerpelijk, dat door Indië restitutie of vergoeding „aan Nederland zou kunnen plaats hebben van door den Staat „gedane uitgaven, van welken aard ook. Daardoor toch zou „men in de ongerijmdheid vervallen van restitutie, terugbetaling aan zichzelven voor te schrijven.

Sluiten