Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer W. Baron van Goltstein antwoordde, dat wij het dagelijks zien gebeuren, dat tusschen twee administratiën van hetzelfde geheel een verdeeling van financiën plaats vindt. *) Das ook hij wilde alleen een administratieve scheiding met behoud van de finantieele eenheid. —

In hetzelfde zittingjaar werd bij de tweede kamer ingediend een „wetsontwerp tot bekrachtiging van de overeenkomst betreffende de overdragt van den spoorweg van Batavia naar „Buitenzorg aan den Staat"2). De aanhef dier overeenkomst is als volgt: „De Minister van Koloniën, daartoe gemagtigd „bij Koninklijk besluit van den 28sten Maart 1881, n". 4, handelende namens den Staat der Nederlanden 3), onder voorbehoud van nadere bekrachting door de wet, is met den raad van „beheer der Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij „overeengekomen als volgt: Art 1. De Nederlandsch-Indische „Spoorwegmaatschappij verkoopt aan den Staat der Nederlanden, die dezen koop aanneemt, den spoorweg van Batavia „naar Buitenzorg. Art. 2. De Staat der Nederlanden betaalt „aan de N. I. Spoorwegmaatschappij als koopprijs eene som „van 6 millioen gulden"4).

De vraag schijnt gerechtvaardigd, of deze overeenkomst, rakende een zuiver Indisch belang, gesloten zou zijn namens den Staa'. der Nederlanden, wanneer Nederlandsch-Indië rechtspersoon ware.

Bij de beraadslaging in de tweede kamer over de Indische begrooting voor 1882 kwam de vraag: of Indië rechtspersoonlijkheid heeft, een paar malen kijken. Eerst bij mr. C. J. C. H. van Nispen tot Sevenaer, die betoogde dat finantieele eenheid en administratieve scheiding zeer wel kunnen samengaan 5). De heer W K. van Dedem zeide bij die gelegenheid o. a. dat, wil men voorkomen dat de Nederlandsche belastingschuldigen voor uitgaven in Indië hebben te betalen, het eenige middel is de finantieele scheiding. „Voert men daarentegen aan: die „financieele scheiding is illusoir zoolang het Nederland is dat

') Handelingen tweede kamer, 1880/1881, blz. 418.

2) Bijlagen 1880/1881, n°. 165.

") Cursiveering van mij.

*) Het ontwerp werd door de eerste kamer verworpen 8 Dec. 1881, met 14 tegen 13 stemmen.

Handelingen tweede kamer, 1881/1882, blz. 194.

Sluiten