Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„voor Indië leenen moet; welnu, laat dan voor rekening van „Tndië geleend worden. En wanneer mijn geachte buurman „zegt, dat zulks niet kan, omdat Indië daarvoor regtspersoon„lijkheid zou moeten hebben, welnu, laat men het dan die „regtspersoonlijkheid geven, welke hier te lande de kleinste „polder bezit — wat natuurlijk nog niet meebrengt dat wij „het financieel beheer uit handen hebben te geven" 1).

Uit § 3 van het voorloopig verslag der commissie van rapporteurs over de Indische begrooting voor 1883 2) blijkt, dat de eerste kamer verdeeld was in twee groepen, die, beide uitgaande van de finantieele eenheid, in de beantwoording van de vraag van politiek, of men dien toestand zoude bestendigen, uiteenliepen De groep, die absolute scheiding als eenig geneesmiddel tegen de chronische tekorten aanprees, zag in, dat daartoe rechtspersoonlijkheid aan Indië moest worden verleend, maar dit „sluit het regt der Staten-Generaal niet uit, om de door de „Indische Regeering opgemaakte begrooting vast te stellen." De conservatieve leden der kamer wilden niet alleen de staatsrechtelijke, doch ook de finantieele eenheid van Nederland en Indië vasthouden. En nu volgt een groote waarheid: „Zij „\ oegden daai echter in éenen adem bij, dat hetgeen in de „laatste jaren over de verhouding der Indische en Nederlandsche „geldmiddelen gesproken en geschreven is, niet altijd uitmunt „door helderheid Het komt er vóór alles op aan, dat men zich „een juist begrip vorme van hetgeen onder de staatsr eg lelijke „eenheid en de staatsregtelijke scheiding van Indië en Nederland „en onder de financiële eenheid en de financiële scheiding van „Indië en Nederland zij te verstaan " Volgt een beroep op het gezag van Duymaer van Twist. Het verslag resumeert dan aldus: „Ziedaar beide stelsels. Het verschil springt in het oog. „Volgens het eerste, het stelsel der absolute scheiding, is er „tweeërlei schatkist, de Indische en de Nederlandsche, die ieder „hun eigen inkomsten en hun eigen uitgaven hebben. Volgens „het andere stelsel is er één Rijkskas, al is die in twee af„deelingen gesplitst."

Laat de formuleering te wenschen: de bedoeling is duidelijk, en de beide stelsels zijn met juistheid tegenover elkaar gesteld.

') Handelingen tweede kamer, 1881/1882, blz. 233. *) Handelingen eerste kamer, 1882 1883, blz 39, 40.

Sluiten