Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor over de mogelijkheid van Indische leeningen: „Wordt er „ten behoeve van Indië geleend, dan rijst de vraag op welke „wijze dit zal moeten geschieden. — Bij hare beantwoording „liepen de meeningen uiteen. — Enkele leden zagen niet in, waar„om men zich in dezen van eenen omweg zou moeten bedienen. „Als zoodanig toch beschouwden zij eene leening ten laste „van Indië onder waarborg van Nederland. De aansp rakel ij k„heid van Nederland bleef daarbij dezelfde als voor het geval, „dat rechtstreeks voor rekening van het Rijk werd geleend, „maar er bestond volgens hen geen twijfel, dat de omweg „duurder zou komen te staan."

Deze „enkele leden" zijn, meen ik, met zichzelf in tegenspraak. Van tweeën één: Indië is voor de leening niet aansprakelijk, zoodat de „aansprakelijkheid van Nederland daarbij „dezelfde bleef als voor het geval, dat rechtstreeks voor rekening van het Rijk werd geleend," en dan is niet in te zien, waarom alleen dit vormverschil de leening duurder zou maken; óf Indië is wèl aansprakelijk, en de leening dientengevolge duurder, maar dan is Nederland ten hoogste als borg bij de zaak betrokken, en dus in gansch andere conditie dan bij de gewone Rijksleeningen.

„Velen dachten er anders over en gaven de voorkeur aan „eene leening ten laste van Indië, onder waarborg van het „Rijk in Europa, zelfs bij matig verschil van prijs. Zoowel „voor het crediet van den Staat als voor alle eventualiteiten, „welke zich in den loop der tijden konden voordoen, werd een „duidelijke en naar buiten werkende onderscheiding tusschen „leeningen voor Indische- en voor Rijks-behoeften wenschelijk „geacht."

Wij vernemen dan, dat eenige „dier" leden in uitvoeriger beschouwingen treden, en spitsen ons reeds op een juridisch betoog ten gunste van de leer der finantieele scheiding. Alles wijst in die richting, het vermoeden is gegrond en toch .... een teleurstelling volgt. Wat zeggen die leden? „Hadden zij „de bedoeling der Regeering juist gevat, dan wilde deze zich „bij het sluiten der leening stellen op het standpunt van art. „14 der Comptabiliteitswet....

„Aan die bepaling ligt de verhouding tusschen de Neder„landsche en de Indische financiën ten grondslag, gelijk ons „Staatsrecht haar wil.

Sluiten