Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„besef van zijn eigen wezen op (te) beuren", *) zij behoorden voor immer tot het verleden. Er viel toen reeds uit het woord „bezittingen , ten gunste van de eenheidstheorie niets te argumenteeren.

In zijn Bijdrage tot de herziening der Grondwet van het jaar 1848 bleef Thorbkcke zijn leer van de finantieele eenheid getrouw. Hij geeft daar een schoon pleidooi voor vaststelling van de Indische begrooting bij de wet: „Men wil dus slechts „ééne, alle overzeesche bezittingen omvattende, rekening overleggen, en de tusschenkomst der Vertegenwoordiging bemerken tot het slot. Doch hoe ook genomen, wat is bekrach„tiging der rekeningen, al strekt zij zich over alle deelen „en posten uit, zonder voorafgaande goedkeuring der begroo„tingen, anders dan een ydele vorm?" — Voorts: „Het is te „doen om twee hoofdbeginselen, publiciteit en eenheid van „finantiëel huishouden; die wij, van wege de innige betrekking „onzer schatkist met de overzeesche bezittingen nog veel meer „drangreden hebben te doen gelden, dan Groot-britanje of „Frankrijk. 2) Ten slotte: „De koloniale uitgaven en inkomsten „zijn Staatsuitgaven en Staatsinkomsten, die eenheid van „regeling en controle volstrekt vorderen. Eene begrooting, „welke niet alle uitgaven en alle inkomsten omvat, mist haar „doel. Volledigheid is haar eerste vereischte. Men kan eene „begrooting evengoed geheel weglaten, als haar slechts voor „de helft der uitgaven en inkomsten opmaken. Reeds uit „dezen hoofde zullen die van de koloniën op de wet moeten „rusten; en waarheid en orde door het voorschrift van artikel 117 „van het ministeriële ontwerp niet zijn verzekerd, zoo men „onder „alle uitgaven en alle inkomsten des Rijks" slechts „een gedeelte verstaat."

Zeer duidelijk, zeer klemmend ook, zoo men de praemisse toegeeft.

Ik had reeds boven blz. 39 v. gelegenheid er op te wijzen, dat Thokbecke bij zijn beoordeeling van de April besluiten van 1844, dus ongeveer in het midden van den tijdsafstand tusschen zijn Aanteekening en zijn Bijdrage, zich beriep op het

') Thorbecke: Over het hedendaagsche Staatsburgerschap, Historische Schetsen, blz. 86.

') Bijdrage, blz. 39.

8

Sluiten