Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king niet ijdel zijn geweest Want daargelaten nog, dat een Grondwet geen chineesche muur is, die den vooruitgang den pas afsnijdt: artikel 1 der Grondwet beslist in deze niets hoegenaamd.

Ik had reeds gelegenheid in hoofdstuk I (blz. 14 v.) er op te wijzen, dat, wanneer artikel 1 der Grondwet in het strijdperk wordt gebracht om zijn beproefde diensten te doen, het daaraan ontleende argument evenzeer voor de West gelden moet als voor Nederlandsch-Indië. Wanneer men met mr. Van Houten toegeeft, dat Suriname en Cura^ao, zonder artikel 1 der Grondwet te schenden, rechtspersonen zijn, dan kan datzelfde artikel niet meer dienst doen als grondwettelijke barrière tegenover Oost-Indië. Bij gelegenheid van de hoogst interessante eerstekamerdebatten over de Indische begrooting voor 1905 wees minister Idenburg dan ook mr. Van Houten met volle recht op deze onduldbare inconsequentie:1) „Intusschen treft het mij, dat „de geachte afgevaardigde voor Suriname, dat zekere autonomie „bezit, koloniale leeningen wel mogelijk acht. Want al moge die „opvatting passen in de redeneering van de heeren Van Nierop „en Van Leeuwen en in het stelsel van prof. De Louter, zij „verdraagt zich toch niet met de zienswijze van den geachten „afgevaardigde, wiens meening in het Voorloopig Verslag is „weergegeven, en volgens welke een koloniale leening alleen „bij politieke onafhankelijkheid mogelijk zou zijn." Toen mr. Van Houten hierop aanmerkte, „dat juist door die eigenaardige inrichting van het Regeeringsreglement van West-Indië „en Cura9ao deze deelen van het Rijk naderen tot de provincie, „naderen tot zoodanige instellingen als ik van den Minister „wensch dat hij in Indië ook zal voorstellen" antwoordde minister Idenburg zeer juist: „Met buitengewone instemming „heb ik vernomen hetgeen de geachte afgevaardigde opmerkte „over de redenen, waarom voor Suriname koloniale leeningen „wèl bestaanbaar zijn te achten. Daaruit toch volgt, dat „het — ook naar het inzicht van den geachten afgevaardigde — „zonder wijziging der Grondwet2) mogelijk zal zijn ook voor „Indië te komen tot koloniale leeningen."

') Handelingen der eerste kamer, 1904/1905, blz. 171 (Boven, blz. 109 v.). 2) Cursiveering van mij.

Sluiten