Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo „beslissend" is artikel 1 der Grondwet!*)

Ik kom tot de niet minder interessante beschouwingen van den hoogleeraar mr. J. de Louter in de „Indische Tolk" van 3 en 10 Januari 1893, bedoeld als critiek op het zoo even behandelde artikel van mr Van Houten in de Vragen des Tijds. Onder het opschrift: „Eenheid of scheiding'' zegt professor De Louter daarin onder meer het volgende:

„Bedrieg ik mij niet, dan rust Schrijvers betoog op twee „stellingen: 1°. de wetgever van heden kan dien van morgen „niet binden; 2°. financieele scheiding tusschen Nederland en „Indië is onmogelijk zonder wijziging der staatsrechtelijke „betrekking. Deze beide stellingen hebben zeer onderscheiden „waarde; beide vereischen een opzettelijk onderzoek.—Ad primum. „Dat de wetgever van heden dien van morgen niet binden „kan, is ontegenzeggelijk waar, doch bewijst niets. Ongetwijfeld „kan geen wetgever zijn opvolger beletten de eenmaal vastgestelde wet te veranderen of op te heffen. Zelfs een uitdrukkelijk verbod heeft geen verbindende kracht. Formeel toch „belet niets den wetgever van morgen eerst de verbodsbepaling „op te heffen en dientengevolge straks den verderen inhoud „te wijzigen Doch de Schrijver vergeet, dat deze stelling „volstrekt algemeen is en dus te veel bewijst. Zjj betreft elke „wet, welke ook. Is zij dus een reden om van wettelijke „regeling af te houden, zoo geldt dit overal en altijd. Inderdaad „kan de veranderlijke wil des wetgevers elk oogenblik de wet, „d i. de uitdrukking van dien wil, wijzigen Doch naast deze „bevoegdheid staat een moreele plicht. De ervaring leert, dat „deze in normale omstandigheden sterk genoeg is, om zich „van een ongerijmde toepassing der formeele bevoegdheid te „onthouden. Het vertrouwen hierop maakt een partij regeering

') Het schijnt, dat teil aanzien van de batigslotpolitiek het oordeel van mr. Van Houten zich heeft gewijzigd. Terwijl hij haar in 1888 tegen den heer Domkla Nieüwenhuis vrij onbewimpeld in bescherming nam, heet het in het zoo even besproken artikel op blz. 85: „Men verhinderde ons alleen België „te heroveren, maar liet ons overigens onzen gang gaan, totdat de financiën zoo totaal waren uitgeput, dat alleen overlading van onze bevolking „met accijnzen op levensbehoeften .... en uitzuiging onzer koloniën ons „van staatsbankroet konden redden."

Sluiten