Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaï uit grondwettelijk oogpunt bij mr. Levy wel geen bezwaar bestaan. Zoo krijgt men dan den indruk, dat het meer een strijd over een woord is dan wel over een zaak.

Ik eindig mijn bespreking van deze artikelen, met te vermelden, dat mr. Levy het bestaaD van rechtspersonen naar publiek recht ontkent, en dat hij, behalve uit artikel 1 der Grondwet, ook uit het gemis aan autonomie voor Indië een argument haalt ten gunste van de leer van finantieele eenheid. Daarop in te gaan is overbodig, omdat ik deze vragen in het eerste hoofdstuk, blz. 9 v., besproken heb.

Ook dr. E. B. Kielstka stelt zich in „Onze Eeuw" blijkens zijn verhandeling: „Afrekening met Indië" !) op het standpunt van finantieele eenheid. Redenen worden daarvoor echter niet aangevoerd. Wanneer wij lezen: . . .. „in de periode der batige „sloten is de zelfstandigheid der Indische geldmiddelen volstrekt „zoek geraakt , dan weten wij nu toch, dat de batig-slot-politiek niets tegen de rechtspersoonlijkheid van Nederlandsch-Indië kan bewijzen.

De schrijver blijkt een voorstander te wezen van zoodanige rechtspersoonlijkheid, waaraan hij dan de gedachte verbindt van grootere zelfstandigheid tegenover de machten in het moederland. „Laat Indië — behoudens het toezicht van de wetgevende „macht, ook financiëe) zelfstandig zijn gelijk zulks bv. met de „Australische koloniën het geval is ... . Men zeggeniet, dat iets „dergelijks bij de verhouding van Nederland ten opzichte der „koloniën onmogelijk is. Daargelaten, dat reeds in 1834 a) (Indisch „Staatsblad n°. 25) een „ „Grootboek tot inschrijving van publieke „„schulden"" of (Indisch Staatsblad 1835 n°. 1) een „„Grootboek nn^er gevestigde koloniale schuld"" in Indië bestond,—ook artikel „14 van de Indische comptabiliteitswet spreekt van „„geld-

') Onze Eeuw, 1903, blz 1—17.

) Men ziet, hoe weinig rechtspersoonlijkheid eener kolonie te maken heeft met finantieele zelfstandigheid tegenover het moederland: omstreeks dezen tijd toch wordt Indië bij de wet onder schulden begraven en mag het nog een deel van de renten der nationale schuld betalen, waarvan het nooit iets terugzag!

Sluiten