Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlanden) zelf. Naar buiten subject van volkenrecht, is hij naar binnen de hoogste heerschende rechtsgemeenschap. Zijn vermogen is in hoofdzaak afgeleid en bestaat uit de som van de vermogens van Rijk, Nederlandsch-Indië, Suriname en Cura9ao. (Zie de nota-iüenburg, in hoofdstuk VII). Tot vorming van zijn wil heeft de Staat zijn voornaamste organen met het Rijk gemeen. Daardoor komt praktisch het verschil hier minder uit dan bij de verhouding tusschen Staat en kolonie, waar die gemeenschap, schoon aanwezig, in mindere mate wordt aangetroffen.

Het is door niets te verdedigen, wanneer men uit die gemeenschap van organen concludeert, met niet meer dan één persoon te doen hebben '). Koning met Staten-Generaal en Raad van State zijn niet, omdat zij in het Rijk in Europa zetelen, ity'Arswetgever zonder meer. Zij zijn beurtelings orgaan niet alleen voor, maar ook wel degelijk van den Staat, van het Rijk, van Nederlandsch-Indië, van Suriname en van Curat^ao.

Ik kan er niet anders dan een verwarring van denkbeelden in zien, wanneer professor De Louter op blz. 163 zijner Handleiding weigert dieper in te gaan op de samenstelling en den werkkring van de factoren, die te zamen de wetgevende macht vormen, — wanneer hij op blz. 167 niet treedt in een nadere beschouwing van de verhouding tusschen Kroon en ministers en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van deze laatsten, op grond, dat dit alles tot het „Nederlandsche" staatsrecht zou behooren. Immers, zij zijn organen van alle vijf de rechtsgemeenschappen. de voorschriften nopens hun samenstelling en bevoegdheden behooren dus tot het staatsrecht, waarnaar elk dier rechtsgemeenschappen leeft, maken daarvan een integreerend deel uit. Behandelt men nu het staatsrecht van Nederlandsch-Indië, dan is het zeer verdedigbaar, wanneer men een bespreking van zekere organen achterwege laat, omdat zij, ook organen van Staat en Rijk, reeds zoo vaak grondig zijn behandeld; doch men mag zijn zwijgen niet aldus motiveeren, dat deze organen producten zijn van een staatsrecht, dat vreemd zou wezen aan de rechtsgemeen-

') Zeer juist zweren of beloven, naar luid van artikel 129 der Grondwet, de leden der Staten trouw aan de Grondwet en aan de „wetten des Rijks." Met wetten vau den Staat (de Grondwet uitgezonderd) en van de koloniën komen zij niet in aanraking. Al deze wetten nu komen door samenwerking derzelfde organen tot stand.

Sluiten