Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer, dat die rijken in onze Oost geen „deelen vormen van het Rijk der Nederlanden, maar bezittingen" *), omdat hij nu eens den Staat, dan het Rijk op het oog heeft. Elders2) heet het, „dat ons land3) een groote verantwoordelijkheid draagt „voor hetgeen in onze bezittingen voorvalt." Is hier nu Staat of Rijk gemeend? Het valt moeielijk te zeggen. De passage op blz. 418 doet mij overhellen tot de meening, dat het Rijk bedoeld is; immers daar zegt de schrijver: „De door ons be„heersohte landen in den Indischen Archipel en in Amerika „gelegen zijn geen deelen van ons land, en staan rechtens dus „niet in dezelfde verhouding tot het geheel als de provinciën „des rijks." Doch men gaat weer twijfelen, als men leest van een „verhouding tot het geheelwaarin de koloniën zich bevinden en waardoor onze gedachten weer op den Staat gericht worden. In één woord, de staatsman moge aan deze termen voldoende houvast hebben, niet alzoo de jurist. Voor hem zijn zij ver van duidelijk, en als de samenhang hem geen licht geeft, moet hij in het duister blijven rondtasten. —

Het vermogen van den Staat is, zeide ik, in hoofdzaak een derivaatvermogen. Niet geheel. De Nederlandsche marine is een Staatsinstelling, betaald door het Rijk en Indië; de gezantschapsen consulaatsgebouwen, voor zoover aanwezig, zijn eigendom van den Staat, al worden de kosten uit Rijksmiddelen gevonden.

De materieele basis, voor een en ander benoodigd, is rechtstreeksch staatseigendom. Wanneer de Staat werkelijk rechtspersoonlijkheid heeft, zoo is niet in te zien, waarom hij alleen een derivaatvermogen zou kunnen hebben. Zijn inkomsten en uitgaven zullen wel is waar, bij gebreke van een aparte Staatebegrooting (waaraan m. i. ook geen behoefte bestaat) op de begrooting van een of meer zijner hoofd deelen moeten komen: het marineschip zal gedeeltelijk uit de Rijks-, gedeeltelijk uit de Indische begrooting worden betaald; doch het schip zelf wordt rechtstreeksch eigendom van den Staat. —

Onder den Staat groepeeren zich, onderling gecoördineerd, zijn vier hoofddeelen: het Rijk en de drie koloniën. Elk: rechtspersoon naar het publieke recht. Elk: met den

') T. a. p. blz. 404. *) T. a. p. blz. 403. 8) Carsiveering van mij.

Sluiten