Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijkheid van Suriname haar punt van uitgang vormde.

De commissie, met het uitbrengen van verslag over het verzoekschrift belast, was tot de conclusie gekomen, dat er aan den Koning een adres moest worden aangeboden „uit naam «van de Vertegenwoordiging des Nederlandschen Volks." *)

Een amendement van Van Goltstein. Thorbecke, Luzac en Dk KexMPenaer, strekkende om dit adres aan te bieden „uit „naam der Tweede Kamer,'1 werd met 24 tegen 21 stemmen verworpen en daarop het adres, zooals het door de commissie was voorgesteld, met 32 tegen 13 stemmen aangenomen. Vóórdat het echter zoo ver gekomen was, pleitte Thorbecke allereerst voor het denkbeeld, dat de tweede kamer zich bij afzonderlijk adres tot den Koning kon en moest richten en ging aldus voort:2) „De Kolonie behoeft wettelijke regeling:3)

„1. Opdat de inrigting, door het Octrooi van 1682 gevestigd, „wettig ennaareisch van den tegenwoordigen tijd kunne worden „veranderd.

„Aan die inrigting toch behoort regtens ook nu nog kragt „eener wet. Het verslag, op den oorsprong en de beteekenis „van het Octrooi voor de Kolonie ziende, aarzelt niet, het „eene wet te noemen, die als koloniale wet zelfs onder de „Engelsche overheersching in stand bleef en als zoodanig kragt „had bij de overdragt in 1816. De Commissie durft dan ook „het gezag der Koninklijke besluiten, waarbij de Regeringsreglementen voor Suriname zijn vastgesteld, niet hooger te „schatten, dan dat zij „ „het Octrooi althans fado hebben vervangen"" „en „„buiten werking gesteld."" Thorbecke ontkent, dat het octrooi afgeschaft zou zijn door de artikelen 251 der Staatsregeling van 1798 en artikel 48 van die van 1801 en concludeert: „De Staatsregelingen van 1798 en 1801 verhinderen „dus in geenen deele, dat het octrooi van 1682 als koloniale „wet ook nu nog regtens besta. Het kan derhalve slechts door „eene nieuwe wet worden veranderd of afgeschaft."

Ik geloof, dat Thorbecke gelijk had. Het octrooi was tot stand gekomen door een samenwerking van de Staten van Zeeland en de Algemeene Staten der Republiek. Het was dus

') Handelingen 1844/1846, blz. 667.

*) Ik veroorloof mij even een parenthese.

s) Bijlagen 1844/1845, blz. 677 v. Parlementaire redevoeringen I, blz. 63.

Sluiten